Wednesday 12 October 2005

Cijfers over klimblessures

Door Matthijs Abeelen in Blessures

Klimmen is een jonge sport maar helaas is het probleem van blessures er niet minder om. Niet alleen heb ik zelf al door vele blessures heel wat klimtijd verloren zien gaan. Ook nu ik zelf – door alle ervaringen wat wijzer geworden – redelijk blessurevrij kan klimmen, is het niet leuk in mijn omgeving te moeten horen en zien hoe mensen zich blesseren en daardoor een tijd niet of nauwelijks kunnen klimmen. Of niet op het gewenste niveau.

In mijn inleidende artikel gaf ik al aan dat ik met deze serie vooral iets wil doen aan het grote tekort aan informatie. Regelmatig komen mensen naar me toe met vragen over blessures die ze opgelopen hebben. Wat moeten ze doen, bij wie kunnen ze terecht voor antwoorden op al die vragen? Wat wel en wat niet te doen?

Het doel is dus alle beschikbare informatie helder op een rij te zetten en daar kritisch naar te kijken. Wat is er bekend over klimblessures? Wat over de behandeling ervan? Als er grote leemtes zijn, kunnen we dan wellicht wat leren van de algemene sportgeneeskunde? Wat is er bekend van spier- en peesblessures? Hoe kun je het herstel ervan positief beïnvloeden?

Om echt wat dieper in te kunnen gaan op alle aspecten van blessures bij klimmen verdeel ik de materie over een aantal artikelen. Hoe uitgebreid alles wordt weet ik nog niet, maar dat zal zich vanzelf wel uitkristalliseren naarmate we verder komen in de reeks.

De onderwerpen

  1. Inleiding
  2. Hoe groot is het probleem?
  3. Welke klimblessures zijn er?
  4. Oorzaken van klimblessures
  5. Behandelen van klimblessures
  6. Voorkomen van klimblessures
  7. Specifieke blessures:
    • Ringbandletsel
    • Peesblessures
    • Elleboogblessures
    • Schouderblessures
    • ….
  8. Case studies:
    • Chronische overbelasting
    • Ringbandletsel
    • Oververmoeidheid en overbelasting
    • ….

In grote lijnen zal ik deze indeling gaan volgen. Een aantal onderwerpen is uitgebreid genoeg om een boek mee te vullen, maar laten we dat maar niet doen.

Hoe groot is het probleem van klimblessures?

Allereerst wil ik kijken naar wat er bekend is over de omvang en aard van het probleem van klimblessures. Hoeveel mensen blesseren zich? Welke blessures komen het meeste voor, welke het minste? Misschien een beetje droge stof, maar wel interessant om een beter beeld te krijgen van het probleem.

Wat statistieken

Om maar gelijk door de droge materie heen te bijten eerst wat cijfers. Duidelijk is dat veel klimmers vroeg of laat tegen een blessure oplopen. Uit verschillende studies blijkt dat 75-90% van de klimmers uiteindelijk geblesseerd raakt. Sommige blessures komen ook voor in andere sporten – denk aan een carpaal tunnel syndroom – andere zijn specifiek voor klimmen.

In onderstaande tabel is de globale verdeling van blessures over de verschillende delen van het lichaam weergegeven. Let vooral niet op de exacte getallen. De manier waarop de resultaten tot stand gekomen zijn verschilt enorm tussen de studies, wat de interpretatie ervan moeilijk maakt. Bovendien heb ik hier en daar wat cijfers uit de losse pols afgerond om het in de indeling van deze tabel te kunnen krijgen. Maar voor het overzicht zijn de cijfers wel geschikt.

In elk geval blijkt duidelijk dat hand, vingers en ellebogen goed zijn voor zo’n 60% van alle blessures. De rest zijn problemen aan schouders, rug en onderlichaam. De verdeling tussen acute en chronische blessures varieert in de verschillende studies van 50/50 tot 70/30. Die verschillen zijn waarschijnlijk te verklaren uit het feit dat in het ene onderzoek een willekeurige groep klimmers is ondervraagd, terwijl in de andere studie een groep wedstrijdklimmers is onderzocht.

Tabel 1: Verdeling blessures over verschillende lichaamsdelen
Auteurs Hand Elleboog Schouder Rug Benen/voeten
Schöffl & Hochholzer 2004 55% 18% 8% 7% 12%
Maitland ’92 32% 20% 10% 8%
Holtzhausen ’96 47% 19% 7% 8% 19%
Largiader & Oelz ’93 54% 14% 11% 10%
Bollen ’88 72% 17% 14% 10%

Kijken we wat verder dan zien we dat vooral de vingers het probleem vormen – voor de meesten zal dat geen verrassing zijn. Bekende problemen zijn peesontstekingen, zwellingen van vingergewrichten en ringbandletsels. Ellebogen staan op een goede tweede plaats, met zowel laterale en mediale problemen. De laterale problemen zijn ontstekingen bij de aanhechtingen van de vingerstrekkers. Bij tennissers een bekend probleem. De mediale klachten zijn problemen bij de aanhechtingen van de buigers. Maar ook andere problemen rond de elleboog komen voor, zoals klachten aan de aanhechting van biceps- en tricepspezen.

In de volgende tabel zijn de vingerblessures verder uitgesplitst. Deze getallen komen uit het onderzoek van Schöffl et al. (2003). Opvallend is het grote aandeel van ringbandblessures en peesontstekingen. Maar ook is te zien dat het deel “overige” nog aanzienlijk is. Die overige blessures zijn heel divers, zoals letsels aan collateraalbanden, blessures aan palmaire plaat en epiphysefracturen. Dus ook al vormen de bekende problemen aan ringbandjes en pezen het gros van de vingerblessures, de andere mogen niet vergeten worden bij het maken van een diagnose.

Daarom ben ik zelf een groot tegenstander van het gebruik van een weinig zeggende en generaliserende term als “de klimvinger”. Pijn aan je vinger? En het ontstond na het klimmen? Aha, een klimvinger. Drie weken rust, tapen en het komt weer goed. Daar heb je weinig aan, maar het zal voor velen – helaas – een bekend verhaal zijn als ze met hun klachten bij een medisch specialist komen.

Tabel 2: Blessures aan vingers
Blessure Percentage
Ringbandruptuur 27%
Ringbandletsel 18%
Peesontstekingen 16%
Kapselblessures 14%
Arthritis (acuut) 5%
Ganglion 4%
Peesverrekking 2%
Fraktuur 2%
Arthritis (chronisch) 2%
Overige 36%

Schrikbarende cijfers

Al met al geen getallen om blij van te worden. Duidelijk is dat er ondanks een aantal bekende en veelvoorkomende problemen zoals aan de ringbandjes of vingerpezen heel veel andere klimblessures zijn. Velen daarvan zullen voor een goede medisch specialist, zeker een sportarts of sportfysiotherapeut, wel bekend zijn. Maar een ander deel is vrij specifiek voor klimmen. Met als gevolg dat een minder met sportblessures bekende (huis)arts wellicht niet de juiste diagnose of behandeling kan opstellen.

Ik denk dat je dan ook erg assertief moet zijn als je een blessure oploopt bij klimmen en op zoek bent naar hulp of advies. Jezelf goed informeren, proberen bij de juiste mensen terecht te komen en goed doorvragen als je bijvoorbeeld bij je huisarts bent.

In het volgende deel zal ik wat dieper in gaan op de verschillende blessures bij klimmen, waarvan ik een aantal al genoemd heb in dit artikel. Wat zijn die blessures precies? Wat zijn de verschijnselen ervan, hoe herken je ze en hoe ernstig zijn ze?

Matthijs.

Bronnen en Meer Info

Een aantal publicaties:

  • Sportklettern. Aktuelle sportmedizinische Aspekte Volker Schöffl & Thomas Hochholzer, 2004. Lochner Verlag.
  • Sportklettern. Verletzungen – Prophylaxe – Training. Thomas hochholzer & Andrea Eisenhut

14 Reacties op Cijfers over klimblessures comment

  1. Jop schreef:

    Hoi Matthijs,

    Fijn dat je aandacht besteed aan blessures. Helaas heb ik er ook mee te maken gehad.
    Ik heb wel eens gelezen dat mensen voedingssupplementen nemen om blessures (aan pezen en gebrichten) te voorkomen. Ik meen dat ze oa glucosamine gebruikten. Weet jij hier iets meer over? En komt er misschien nog iets over op je site.

  2. Matthijs schreef:

    Inderdaad zijn er mensen die voedingssupplementen gebruiken in de hoop blessures te voorkomen. Daar wil ik zeker op terug komen later in de serie. Nu heb ik even niet veel tijd om uitgebreider te reageren, da’s wat lastig vanuit Kalymnos 🙂 In elk geval goed om te horen dat je geinteresseerd bent in de artikelen. Groeten, Matthijs

  3. Jop schreef:

    Veel plezier in Kalymnos dan!!!

  4. Victor schreef:

    He Mathijs,

    Ook ik hoor gewoon bij de 90% van de klimmers die met blessures te maken heeft. Ik heb hier via de mail met Seppie wel eens van gedachten gewisseld over arque grepen pakken vs. tendue. Wij kwamen toen tot de conclussie dat tendue grepen belasten (zeker binnen) minder blessure gevoelig is en dat dit ook je onderarmen sterker maakt. Echter in een ander artikel (volgens mij hier http://www.planetfear.com/article_detail.asp?a_id=207 ergens) zegt Neil Gresham dat je vooral alle soorten vinger posities moet oefenen. Wat zijn jou 2 cents hierover?

  5. Jop schreef:

    Hoi Victor, lees ook eens dit artikel: http://www.climbing.com.au/science/injuries.pdf Hieruit blijkt dat de meeste blessures zijn ontstaan bij het pakken van pockets. Op de foto in het artikel wordt de pocket duidelijk tendue gepakt.

  6. Matthijs schreef:

    Hoi Victor en Jop,
    jullie brengen een aantal goede vragen naar voren. Uiteraard ga ik in 1 van de artikelen in op de verschillende manieren van belasten, de bijbehorende (risico’s op) blessures en hoe je daar in je training rekening mee kunt houden. Het zit allemaal wat ingewikkelder in elkaar dan vaak wordt gesuggereerd. Zeggen dat arque slecht is en tendue goed is een beetje kort door de bocht. Om je vingers te laten wennen aan de grepen die je tegenkomt zul je ze ook op al die manieren moeten trainen. Maar ik denk dat het goed is mijn ideeën hierover in een artikeltje te stoppen, dat werkt waarschijnlijk beter dan hier 3 regels in een comment. En Jop, die foto in dat artikel staat er alleen ter illustratie voor de soort grepen die gebruikt wordt bij klimmen. In de resultaten van het onderzoek kan ik jouw conclusie niet terugvinden. In de studie is niet gekeken naar de soort grepen.
    Kalymnos was trouwens erg tof! Gisteren teruggekomen, en 2 super weken gehad. En helemaal heel gebleven 🙂

  7. Jop schreef:

    Hoi Mathijs, ik doel op de volgende alinea:

    Flexor unit strain is the term we used to describe a severe
    pain that begins at the proximal phalanx or distal palm and
    travels through the entire flexor system to the insertion at the
    medial epicondyle. The history was specific and the injury
    fairly common, occurring in 11 subjects (26%). Each of
    these climbers could recall the precise move on which this
    injury occurred; 10 of 11 had occurred on a “pocket” type
    hold (Fig. 1B). Many of these injuries had a prolonged
    recovery time.

    Mooi dat t een toffe vakantie was!!!

  8. Matthijs schreef:

    Nu zie ik wat je bedoelt. Dat is een bekende blessure, die inderdaad vaak ontstaat bij harde passen op dat soort frankenjura-achtige 2-vingergaten. In kalymnos voelde ik het ook een keer vervelend trekken in m’n onderarm bij een 2-vinger pocket die ik als zij-ondergreep moest pakken. Toch maar m’n pink erbij gelegd en daarmee was de pijn weg.
    En ik zal eens kijken of ik ergens wat foto’s van m’n klimtrips online kan zetten.

  9. Laurent schreef:

    Matthijs,
    Ik geloof dat ik de artikelen van Schweizer niet bij je bronnen zag staan. Wellicht interessant.

  10. Matthijs Abeelen schreef:

    Laurent, bedankt voor de link. De artikelen kende ik al, maar zijn site had ik nog niet gezien. (ook mooie foto’s van Kalymnos en de Wenden!)

  11. Daniel schreef:

    Hey,
    Echt goed dat je over blessures schrijft. Blijft voor de meeste mensen toch een vaag probleem. De pijn is duidelijk, maar wat er aan moet gebeuren niet. Succes en hoop nog veel meer te lezen!!

    Groeten, Daniel.

  12. Bart-Willem schreef:

    Hoi Matthijs,

    Ik ben een student aan de faculteit der bewegingswetenschappen van de VU en schrijf mijn scriptie over hand en pols blessures bij elite klimmers. echter kan ik niet aan sommige artikelen komen. ik ben ZEER geinteresseerd in de artikelen van Bollen, Holtzhausen en Maitland. ik heb heel het internet afgezocht maar neit gevonden. mocht je me verder kunnen helpen, bij voorbaat dank!!

    mvg Bart-Willem
    bwsvl@hotmail.com

  13. Kai schreef:

    Hoi, matthijs.

    Ik hab nog een klein vraagje i.v.m die arquee en tendue. Ik heb onlangs een klimboek gelezen ( streven naar het optimale van Frans Melskens) hierin stond dat wanneer je grepen tendue pakt dat je zowel de vingerkracht voor arcquee als voor tendue bijkrijgt.
    Als je de grepen alleen arquee neemt krijg je alleen arquee vingerkracht bij.

    Weet je toevallig of dit correct is want ik heb dit in geen enkel ander artikel kunnen terugvinden.

  14. Matthijs Abeelen schreef:

    @Kai: ik denk niet dat dat correct is. In elk geval zit het een stuk complexer in elkaar dan het zo voorgesteld is. Ik zal het boek er nog eens bijpakken om na te lezen wat Frans precies zegt. Met krachttrainingseffecten is het in het algemeen zo dat die erg specifiek zijn. Dus de grootste effecten zie je bij precies die houding en soort belasting waarbij je getraind hebt. In een iets andere houding of bij een andere belasting is het trainingseffect niet of nauwelijks aanwezig.

    Misschien dat er tussen de arque- en tenduehouding een klein beetje crossover effect kan zijn, maar heel groot zal dat niet zijn. Bovendien zal zo’n cross-over effect altijd vele malen kleiner zijn dan het trainingseffect wat je ziet als je in de andere houding traint. Dus stel je traint alleen in de tendue houding. Dan zal je wellicht ook een trainingseffect zien in de arque houding. Maar dat effect zal veel kleiner zijn dan wanneer je daadwerkelijk in de arque houding zelf gaat trainen.

    Ik hoop dat dat een beetje duidelijk is. Misschien moet ik hier een apart artikel aan wijden. Het is namenlijk wel een interessant onderwerp.

Plaats een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd.

Je mag deze HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*